H. Jozef, patroon van België

Op 19 maart viert de kerk het hoogfeest van Sint-Jozef, die de patroonheilige van België is.
In 2017 schreef Georges Vervust, missionaris oblaat, wonende te Waregem, dit artikel voor onze editie van Kerk & Leven en gaf nu de toestemming om het hier te hernemen.

Jozef, de man van Maria – Wie is hij?

Een bedrogen echtgenoot?
Iemand noemde ooit Sint-Jozef de patroon van de bedrogen echtgenoten. In het evangelie volgens Matteüs (Matteüs 1, 18-25) verschijnt hij inderdaad op het toneel als iemand die vaststelt, dat zijn verloofde zwanger is, en het is niet van hem… Verloving gold toen als een echt contract. Het koppel woonde nog niet samen, ze hadden nog geen seksuele gemeenschap, maar ze waren wel definitief en exclusief met elkaar verbonden. Jozef heeft dus een serieus probleem! Maar, vervolgt het evangelie, “Jozef, haar man, was een rechtvaardige. Omdat hij haar niet in opspraak wilde brengen, kwam hij op de gedachte om in alle stilte van haar te scheiden.” (Matteüs 1, 19) Indien het echt zou gaan over Jozef als de bedrogen echtgenoot, dan was het verhaal hiermee af. De lezer moest dan zelf oordelen: gaat het hier over een nobele man, die grootmoedig afstand doet van zijn rechten? of is het eerder een sullige hoorndrager, die vooral geen problemen wil en dus een stap opzij zet? Het is wel duidelijk, dat het niet daarover gaat, en dat Jozef een heel andere rol speelt in het leven van Jezus. Want daarover gaat het evangelie: over Jezus, over wie Hij is en wat Hij betekent. Jozef en Maria en al de andere mensen in zijn omgeving moeten helpen om dit duidelijk te maken.

Jozef, een man met het hart op de juiste plaats.
Al vanaf het begin heeft Matteüs de toon gezet: “Maria bleek zwanger te zijn van de heilige Geest” (Matteüs 1, 18). Hier is dus geen andere man in het spel, maar God zelf! Meestal gaat men ervan uit, dat Jozef dit niet wist, en dat de boodschap van een engel hem ertoe bracht, zich geen bedrogen echtgenoot meer te voelen en Maria niet weg te sturen. Er is echter een andere lezing mogelijk, die ervan uitgaat dat Jozef wel degelijk besefte, dat hier Gods Geest aan het werk was. Door van zijn verloofde te scheiden, zet hij een stap opzij voor wat te groot is voor hem. Hier is God aan het werk en dus vindt Jozef dat hij niet meer het recht heeft daar tussen te komen. Zo toont hij zich echt “een rechtvaardige”, “een rechtschapen man”, dat wil zeggen: iemand die leeft volgens het Woord van God, die ziet waar God aan het werk is en dit respecteert. Maar God brengt hem een andere boodschap. En hier moeten we de woorden van de engel lichtjes anders vertalen, dan we gewoon zijn. De Griekse tekst laat dit toe. Het wordt dan: “Jozef, wees niet bang uw vrouw Maria bij u te nemen, want wat bij haar tot leven is gewekt is wel degelijk van de heilige Geest, maar ze zal een zoon krijgen, die u de naam Jezus moet geven.” (Matteüs 1, 20-21) Met andere woorden: Jozef, je moet niet schroomvol opzij gaan voor wat God aan het doen is, maar je moet eraan meewerken door het kind een naam te geven!

De roeping van Jozef
Een naam geven aan een pasgeboren kind, dat was het voorrecht van de vader. Tot die rol wordt Jozef nu geroepen, en daardoor doet hij nog iets. Hij hecht Jezus namelijk vast aan het volk van Israël. Ook dat is een grondlijn in het evangelie: Jezus is niet alleen een geschenk van God, hij is ook een echte Jood, een volwaardig lid van het Godsvolk. Om dit te benadrukken begin Matteus met de stamboom van Jezus (Matteüs 1, 1-17). Nu is het wel duidelijk, dat deze stamboom niet klopt, noch met de stamboom in het Lucas-evangelie, noch met wat we lezen in het Oude Testament. Maar dit is niet de zorg van de evangelist. Hij wil alleen nadrukkelijk zeggen, dat Jezus een zoon van Abraham en van David is. En Hij is dat langs Jozef, maar op een speciale manier. Wanneer immers de stamboom Jozef vermeldt, verandert de toon. Tot nu toe was het steeds: “was de vader van” (letterlijk: “verwekte”) , maar nu wordt het “Jakob verwekte Jozef, de man van Maria, uit wie Jezus verwekt werd.” (Matteüs 1, 16) Zo krijgt Jozef zijn roeping van Godswege: een vader zijn voor Maria’s kind, door hem een plaats te geven in het volk van God en door samen met zijn vrouw zijn opvoeding ter harte te nemen. En Jozef “deed zoals de engel van de Heer hem had opgedragen.” (Matteüs 1, 24) Ook hierin toont hij zich een rechtschapen mens. Zo iemand hóórt niet alleen wat God hem op een of andere manier zegt, maar hij dóet het ook. Verder in het evangelie zal Jezus herhaaldelijk benadrukken dat deze mensen echt zijn leerlingen zijn (bijv. Matteüs 7, 24; 12, 50; 21, 31).

Je plannen laten doorkruisen
Tweemaal heeft Jozef zijn plan laten varen omwille van God. Hij zou met Maria trouwen, maar ontdekte dat God in haar aan het werk was, en dus zag hij af van dit huwelijk. Maar dan krijgt hij die boodschap van God, en een tweede keer maakt hij rechtsomkeer en neemt Maria toch tot vrouw, zij het met terughoudendheid, omwille van Gods werk in haar. En het is hiermee niet gedaan! Nog drie keer zal hetzelfde scenario zich afspelen. Telkens zal een engel hem in een droom zeggen, wat hem te doen staat. In de bijbel is een engel een bode van God, het is alsof God zelf spreekt. Een droom is een veel gebruikt communicatiemiddel tussen God en mens.
Jezus is goed en wel geboren, het bezoek van de Wijzen uit het Oosten is achter de rug, en nu kunnen de jonge ouders zich helemaal wijden aan dit nieuwe leventje. Maar daar is weer die engel van God, die Jozefs plannen doorkruist: “Sta op, neem het kind en zijn moeder mee en vlucht naar Egypte” (Matteüs 2, 13). En Jozef doet wat van hem gevraagd wordt.
Het gezinnetje is in Egypte, eindelijk rust, maar neen hoor: “Sta op, ga met het kind en zijn moeder naar het land Israël” (Matteüs 2, 20). En Jozef staat op, en gaat weer op reis.
Waarheen? Naar Betlehem in Judea, natuurlijk, want daar kwamen ze vandaan. Maar neen, want in een droom verneemt hij dat de zoon van Herodes nog erger is dan zijn vader en “hij week uit naar het gebied van Galilea en vestigde zich in de stad Nazaret” (Matteüs 2, 22-23). We zien dus, dat de evangelisten Matteüs en Lucas een verschillende oplossing hebben voor het probleem dat Jezus uit Nazaret komt, maar als Messias, zoon van David, in Betlehem moet geboren  zijn. Bij Lucas wonen zijn ouders in Nazaret en moeten omwille van de volkstelling naar Betlehem. Bij Matteüs wonen ze in Betlehem en wijken uit naar Nazaret. Je eigen plannen kunnen opzij zetten om te doen wat God je op dit moment vraagt, ook dit is openstaan voor Gods woord, ook dit is de houding van een rechtschapen mens. Jozef is hierin ons schitterend voorbeeld. En daartoe moet echt geen engel in een droom verschijnen. Gods roeping komt meestal tot ons in de gewone dagelijkse gebeurtenissen en ontmoetingen van ons leven.

Historische informatie?
We moeten ons niet het hoofd breken over de vraag naar het historisch gehalte van dit verhaal over Jozef. De evangelies stemmen alleen overeen om te zeggen, dat Jezus uit Nazaret kwam, als zoon van de timmerman Jozef en van Maria (Matteüs 13, 55; Marcus 6, 3; Lucas 4, 22). Verder hebben Matteüs en Lucas elk hun eigen verhaal over de geboorte en de kinderjaren van Jezus, Marcus en Johannes zeggen daar niets over. Wel benadrukken Matteüs en Lucas, dat Maria zwanger was door de kracht van Gods Geest en niet door de tussenkomst van Jozef. Dit is echter niet bedoeld als informatie over de biologische gang van zaken. Het is een geloofsuitspraak: Jezus, de Christus, de Messias, Zoon en evenbeeld van God, is puur een geschenk van God. Dat is ook de boodschap die de evangelist Johannes brengt in zijn eerste hoofdstuk.
Hoe dan ook, hoewel we daar geen enkele concrete informatie over hebben, mogen we toch met recht veronderstellen dat Jozef als familiehoofd een grote rol speelde om Jezus te laten worden wie Hij geworden is. Hij heeft Hem niet alleen het beroep van timmerman geleerd, maar hij heeft Jezus ook onderwezen in het Woord van God en Hem leren bidden, want dit was en is de taak van een Joodse familievader. En ongetwijfeld was het eerst tot Jozef, dat Jezus “abba”, lieve vader, zei. Wanneer Hij later God zijn “Abba” noemt, dan is dat voor een groot stuk omdat hij bij Jozef, samen met Maria, ondervonden heeft wat ouderliefde betekent.
Een liefde, die Hij op een absolute, onvatbare manier terugvond in de God van zijn vaderen.